Terwijl de Nederlandse economie sterk kan groeien als Europa de interne markt voltooit, trekt de ene na de andere lidstaat figuurlijk de muren op.Als ons land in 2016 het voorzitterschap van de Europese Unie bekleedt, moet het daarom de voltooiing van de interne markt weer op tafel zien te krijgen.

Anno 2015 vullen lidstaten details van Europese wet- en regelgeving nog steeds grotendeels zelf in. Dit leidt tot een aanzienlijke hoeveelheid regels bovendien die per land verschillen. Ook ontbreekt het voor veel wet- en regelgeving in de Unie aan één loket, waardoor handelaren en producenten bij veel verschillende instanties hun zaken moeten regelen.

Europa beperkt nog steeds het gebruik van langere en zwaardere voertuigen.

Terwijl ons land juist belang heeft bij een gelijk speelveld is er van één Europese markt nog lang geen sprake. Zo beperkt Europa nog steeds het gebruik van langere en zwaardere voertuigen, met alle negatieve gevolgen voor het milieu, de ondernemer én de consument van dien. Twee ecocombi’s kunnen immers dezelfde hoeveelheid lading vervoeren als drie gewone vrachtauto’s. Ecocombi’s bieden daarmee grote voordelen op het gebied van logistiek en milieu.

Tegelijkertijd gelden er in Europa nog steeds beperkingen voor het inzetten van buitenlandse vervoerders voor nationaal transport. De huidige regels schrijven voor dat buitenlandse vervoerders maximaal drie nationale ritten mogen uitvoeren.

Omdat het huidige aantal van drie ritten te beperkt is om in de transportbehoefte van bedrijven te voorzien, maken deze beperken het voor bedrijven in Nederland onmogelijk om met buitenlandse transportbedrijven, bijvoorbeeld uit Duitsland of Italië, te werken.

Protectionistische maatregelen

De afgelopen maanden namen dergelijke protectionistische maatregelen eerder toe dan af. Zo leidde het Duitse minimumloon tot behoorlijke administratieve lasten voor ondernemers. Nederlandse bedrijven, van agrariërs die hun producten naar onze oosterburen vervoeren tot aannemers die in Duitsland werken, moeten vanaf dit jaar kunnen aantonen dat ze het minimumloon betalen of betaald krijgen.

De maatregel dwingt werkgevers daarom om hun volledige loonadministratie in het Duits te vertalen. Doen ze dit niet, dan kan de boete oplopen tot maar liefst dertigduizend euro per bedrijf. Ook kan de Duitse douane werkzaamheden stilleggen om bewijsmiddelen op te vragen, wat het logistieke proces enorm vertraagd.

De Europese Commissie is tegen de Duitse plannen.

De Europese Commissie is tegen de Duitse plannen, maar tegelijkertijd staan in Frankrijk vergelijkbare maatregelen op stapel. Ondertussen verplichten de Belgische en Franse overheid chauffeurs om van hun weekendrust te genieten in een hotel in plaats van in hun cabine. Dat betekent een fikse kostenverhoging. Bovendien moet de chauffeur de vrachtauto onbeheerd achterlaten.

Al deze Europese regels zijn protectionistisch en in strijd met het basisbeginsel van vrijheid van diensten. Bovendien hinderen de regels een efficiëntie goederenstroom waardoor prijzen kunstmatig hoog worden gehouden.

Er is een constructievere rol van beleidsmakers in Brussel denkbaar. Neem bijvoorbeeld de digitale vrachtbrief Transfollow, ontwikkeld door verladers en vervoerders. Via dit online platform, dat sinds deze maand in Nederland beschikbaar is, kunnen ondernemers een digitale vrachtbrief online inbrengen, uitwisselen, tekenen én volgen.

Naast besparingen op de verwerkingskosten van de papieren vrachtbrief, creëert Transfollow ook de mogelijkheid om mobiele communicatie in de logistieke keten verder te verbeteren. Bedrijven zijn hierdoor in staat om informatie in de logistiek met elkaar te delen. Dit draagt bij aan een betere samenwerking met partners.

Eén Europese markt

Hoewel de vrije interne markt van levensbelang is voor ondernemers, is er een toenemende euroscepsis bij veel kiezers. Dit werd ook duidelijk bij de Europese verkiezingen van vorig jaar. Het is daarom begrijpelijk dat Europese lidstaten hun eigen markt willen beschermen en op de rem trappen.

Als die uiteindelijk maar leiden tot één Europese markt.

De agenda van 2016 en daarna moet daarom ook antwoorden kunnen geven op vraagstukken omtrent arbeidsvoorwaarden. Onderlinge verschillen in Europa poetsen we niet zomaar weg, maar lidstaten moeten wel nadenken over hoe de EU hier invulling aan kan geven. Op de korte termijn zijn daarvoor wellicht enige beperkingen noodzakelijk. Als die uiteindelijk maar leiden tot één Europese markt.

Het Nederlandse voorzitterschap zou daarom de voltooiing van de interne Europese markt weer op de agenda moeten zien te krijgen. Het voorzitterschap van de Europese Unie is namelijk meer dan slechts een voorzittershamer – Nederland kan een stevige stempel drukken op de Europese agenda van 2016 en daarna.