Vincent Hoedt
AZG'er

In ieder gebied waar Artsen zonder Grenzen actief is, is sprake van noodhulp. Maar de ene interventie is de andere niet. Sprunken: “Er is een groot verschil tussen de logistieke coördinatie van een noodgebied en die van de ongeveer 25 langdurige interventies die wij doen. Daarvoor wordt uitgebreid onderzoek verricht, naar locaties, bevolking, klimaat en veel voorkomende ziektes. We gaan er terplekke kijken, maken budgetplannen, schrijven een voorstel en blijven steeds vraaggestuurd te werk gaan.”

Hoe anders gaat dat bij een acute noodsituatie, zoals vorige maand met de tyfoon op de Filipijnen. Op vrijdag 8 november kwam Haiyan aan op land, op zaterdag spraken media al van honderden doden. Op zondagochtend viel bij Artsen zonder Grenzen de beslissing om erheen te gaan.

Sprunken: “We kijken dan meteen hoe we er kunnen komen, wie erheen kunnen - medici, maar ook logistiek personeel of een hygiënespecialist – en wat er benodigd is. Diezelfde avond zaten de eerste mensen in een vliegtuig. Om kwartier te maken, om onderzoek te doen, om de situatie te bekijken.”

Stringent kwaliteitssysteem

De voorraad in Amsterdam levert in zo’n geval standaardpakketten met materiaal voor de eerste dagen. “Satelliettelefoons, laptops, identificatiemateriaal en medische noodpakketten. Plus medicijnen specifiek voor dat noodgebied, bijvoorbeeld tegen malaria, HIV of tuberculose. De eerste twee orders pushen we. Daarna gaan we ook in noodsituaties zo snel als mogelijk vraaggestuurd werken.”

Medicijnen worden in principe centraal ingekocht en in Nederland opgeslagen. Sprunken: “De partijen zijn groot genoeg om direct bij de fabrikanten te bestellen en dat is dus goedkoper. Kwaliteit moet voorop staan. Nadeel is dat het dan getransporteerd moet worden.”

Hoedt vult aan: “Mensen vragen ons weleens: kun je in Syrië dan geen medicijnen kopen? Ja hoor, ook daar zijn importeurs actief. Maar de kwaliteit van die medicijnen is onbekend.” Net als het bedrijfsleven zet de hulporganisatie in op ontwikkeling bij de leverancier. Sprunken: “We hebben een zeer stringent kwaliteitssysteem en het kan jaren duren voordat de productie van een nieuwe leverancier aan de standaarden voldoet.”

Een goede planning bespaart een hoop geld.

Emergency response

In Dubai is een tweede voorraadpunt. “Daar hebben we bijvoorbeeld met een tentenleverancier de afspraak dat hij grote aantallen binnen een paar uur kan leveren. Er zijn ook voorraden in bijvoorbeeld Costa Rica geweest. Maar het risico daarvan is dat de afstanden nog veel groter zijn als een ramp zich heel ergens anders afspeelt dan wij hadden voorspeld. Houd je het centraal, dan  moet je altijd afstanden overbruggen, maar je kunt het wel makkelijker verspreiden.”

Ook de langdurige interventies moeten na een tijdje eigen ‘emergency response’-voorraad gaan opbouwen. “Ze kijken dan naar alle mogelijke scenario’s: welke situaties kunnen zich voordoen, welke invloed hebben de seizoenen, is de kans op cholera groot, of zullen er binnenkort veel ontheemden komen? Hoeveel buffer is er nodig? Enkele keren per jaar kunnen ze dan orders plaatsen”, vertelt Hoedt.

Een goede planning bespaart een hoop geld. “Per kilo kost vervoer per boot 10 tot 50 cent, vervoer door de lucht 3 tot 7 euro. Als er op korte termijn een tekort dreigt, of als er nu cholera uitbreekt, gaan we vliegen. Maar in overleg met een epidemioloog en een gebiedspecialist, ga je ook kijken naar hoe lang dat gaat duren, en of je niet tegelijkertijd een container met de boot moet sturen voor over een paar weken. Als je na een maand of zes weken nog aan het vliegen bent met bulk goederen, heb je iets verkeerd gedaan.”

Iedere nieuwe missie of situatie is een nieuwe puzzel, waarbij improviseren noodzakelijk blijft, zo blijkt.

Improviseren

De grootste uitdaging is misschien wel om alles op de juiste plek te krijgen. Sprunken: “In Tacloban op de Filipijnen was binnen no time geen plek meer. Daar komen zo zeven Boeings tegelijkertijd aan, met elk 125 ton vracht. Er staan files om die spullen verder te vervoeren.” Zo kunnen de materialen ook een veiligheidsprobleem worden.

“Na de aardbeving in Pakistan in 2011 zei de overheid daarom op een zeker moment: laat de mensen maar naar de hoofdstad komen. Op zich geen vreemd idee, al zijn we dan voorzichtig omdat er ook politieke bedoelingen in het spel kunnen zijn”, aldus Hoedt. Iedere nieuwe missie of situatie is een nieuwe puzzel, waarbij improviseren noodzakelijk blijft, zo blijkt.

Sprunken: “Tijdens de hongersnood in Somalië in 2011 werden routes via Nairobi of Mogadishu te onveilig. We hebben toen houten schepen gebruikt om vanuit Dubai het voedsel het land in te krijgen. We schaften zelfs een tweedehands koelcontainer aan, om medicijnen goed te houden. De laatste leg van een route in Zuid-Soedan wordt afgelegd met motorfietsjes, quads, ezels en soms zelfs menselijke dragers.”